Zelf gras zaaien? Hoe begin je er aan?

Gras zaaien, een gazon aanleggen... Ook al zijn we niet zo zot op een grasmat als de Britten, we willen toch ook wel een mooi gazonnetje aan ons huis. Kinderen kunnen er ravotten, huisdieren kunnen er rondlopen. Maar hoe bekomen we nu het beste resultaat, hoe kun je nu zelf zorgen dat je een mooie grasmat krijgt? Hieronder volgt de uitleg, met eventuele foto's erbij en de nodige materialen.

  1. Tijdens een jaar heb je twee periodes waarin je kunt zaaien: het voorjaar, ongeveer vanaf half april tot eind mei, en in het najaar, september en oktober. Wanneer er een lange droge periode voorspeld wordt, wacht je beter even of je gaat hééél veel moeten sproeien. Ook als er wind wordt aangekondigd wacht je beter, want door wind kan het graszaad waaien naar plaatsen waar je geen gras wil, of kunnen de zaden bij elkaar geblazen worden waardoor je plaatsen krijgt waar veel gras staat, en plaatsen waar geen gras groeit. In het voorjaar krijg je sneller resultaat, maar is de kans op onkruid groter. Daarenboven is het belangrijk dat het tijdens de nacht niet meer vriest. In het voorjaar zullen er zeker onkruiden mee opkomen. De meeste onkruiden zijn echter éénjarig en verdwijnen spontaan met herhaaldelijk en regelmatig te maaien. De andere (meerjarige) zul je ofwel manueel moeten wieden ofwel chemisch moeten bestrijden. Het najaar biedt een aantal voordelen. In het najaar zullen weinig éénjarige onkruiden de kop opsteken omdat deze al in het voorjaar kiemen, en in het najaar 'sterven'. Tijdens hun 'levensjaar' laten zij hun zaden op het terrein vallen en deze zaden zullen wachten tot de eerste lentezon om te kiemen. Wanneer je dan gras inzaait in het najaar, wordt het kiemen van die onkruiden belet. Als het dan af en toe ook nog wat regent, krijgen we de ideale omstandigheden om het gras te laten groeien.
     
  2. We weten nu wanneer we kunnen zaaien, maar alvorens echt van start te gaan, moeten we eigenlijk ook de samenstelling van de grond kennen. We moeten eveneens bepalen hoe het met de vochtigheid van onze grond is gesteld. De samenstelling van de grond kun je gaan bepalen door een putje te graven van 30 op 30 en een 30 cm diep. Zitten er stenen? Is er bodemleven? Zie je humus? Zie je verschillende grondlagen? Je kunt best even een grondstaal nemen en dit laten analyseren. Dit kun je bijvoorbeeld bij Aveve doen. Op die manier weet je precies welke bemesting er nodig is. Indien dit allemaal geen rol speelt, kun je gerust verder gaan naar de volgende stap!
     
  3. De periode van zaaien is bepaald, je kent de grond, je kunt eraan beginnen. Eerst en vooral moet je de grond bewerken. Indien er al begroeiing staat, kun je deze eerst kortmaaien en moet je het maaisel afvoeren. Daarna bespuit je de kruidlaag met herbicide. Een goede grondvoorbereiding en grondbewerking is al meer dan de helft van een zeker goed resultaat, bezuinig hier dan ook niet op.
     
  4. Nu kun je aan het harde werk beginnen. Voor een kleinere oppervlakte kun je zelf aan de slag gaan met je spade. Het volledige terrein moet gespit worden met een minimum diepte van 20 tot 25 cm. Indien je het niet ziet zitten om dit met de hand te doen, kan je dit natuurlijk ook machinaal uitvoeren. Dit is ook het ideale moment om organische meststoffen of bodemverbetering toe te voegen. Deze bewerkingen doe je best een week op voorhand.
     
  5. Na het spitten moet je alle onzuiverheden uit de grond verwijderen. Met onzuiverheden bedoelen we glas, stenen, afval en dergelijke. Dit doe je tijdens het "kapot" maken van de kluiten zand die zijn ontstaan door het spitten. Je kun dit doen met een klauw, of eventueel machinaal. Het is ook het ideale moment om de grond te egaliseren, zodat je een perfecte biljartoppervlakte krijgt. Gebruik een hark om eventuele putten weg te werken. Zodra alles geharkt is, ga je erover met de rol. Bij zware gronden (klei of leem gronden) spit je best in het najaar, de wintervorst helpt je om de kluiten te breken. Bij lichte gronden (zandgronden) spit en bewerk je de grond verder in hetzelfde seizoen.
     
  6. Gras zaaien is de volgende stap. Je bepaalt zelf welk gras je gebruikt. Je kunt hierover meer lezen in een artikel over de verschillende grassoorten. Het zaaien zelf is uiteindelijk voor elk type zaad hetzelfde. Sowieso neem je best een zaadmengsel dat aangepast is aan de grondsoort en aan het gebruik van de gazon. Zoals hierboven reeds gezegd, zaai je best op windstille dagen. Eerst ga je met een hark nog even lichtjes over het te zaaien terrein. Mocht je op dat moment nog stenen of kluiten tegenkomen, dan worden die van het terrein verwijderd. Nu kun je effectief aan het zaaien beginnen. Je moet ervan uitgaan dat je per are (100 m²) ongeveer 3 tot 4 kg graszaad nodig hebt. Het zaaien kan gebeuren uit de losse hand, maar je doet dit het best met een strooiwagen omdat het zaad op deze manier gelijkmatiger wordt verdeeld dan wanneer je dit zelf met de hand doet. Voor een goede verdeling van het graszaad ga je best eerst in de lengte over het in te zaaien terrein, en daarna in de breedte. Daarna hark je de zaadjes mooi in. Zorg er echter voor dat ze niet te diep zitten (minder dan 1 cm zand erover!!). Je kan het geheel eventueel nog even zacht aanrollen en dan ben je klaar.
     
  7. Tot slot kun je er best voor zorgen dat het terrein goed besproeid wordt. Je doet dit het best ’s avonds. Een pas aangelegde gazon heeft ongeveer 4 liter water per dag per vierkante meter nodig! Wanneer je met de hand gaat sproeien, mag je er zeker van zijn dat je te weinig sproeit. Je kunt dus beter een sproeier gebruiken. Een kleine tip om te weten of je voldoende gesproeid hebt: plaats een koffietas op het terrein en zet de sproeier dan aan. Als de tas vol is, weet je dat je voldoende gesproeid hebt, en kun je indien nodig de sproeier verplaatsen om opnieuw te beginnen op het volgende stuk.
In samenwerking met Luk Vrebosch - Tuinarchitect

Meer nieuws van Luk Vrebosch - Tuinarchitect

Bomen verdienen beter

Naar aanleiding van een forumtopic dat gestart is, ben ik eventjes in de pen gekropen, en heb ik

GRATIS Nieuwsbrief