Zelf vloerverwarming plaatsen: hoe begin je eraan?

vloerverwarming plaatsen

Door je vloerverwarming zelf te plaatsen, kan je heel wat besparen. Met ons handige stappenplan schiet je klus snel op. Ontdek hoe je je vloerverwarmingsstudie op maat aanvraagt en krijg een uitgebreide analyse, een legplan én een volledige materiaallijst. Zo weet je precies wat je te doen staat!

Vloerverwarming voor behaaglijke warmte

Overweeg je om vloerverwarming te plaatsen? Een puik plan! Vloerverwarming zorgt voor comfortabele warmte en draagt bij tot een strak interieur. Omdat je cv-ketel minder hoge temperaturen moet halen, bespaar je bovendien op je energiefactuur. Sluit je je vloerverwarming aan op een warmtepomp, dan kan je vloerverwarming ook voor verkoeling zorgen. Handig! Ontdek diverse vloerverwarmingssystemen van A-merken. Let wel, vloerverwarming werkt het best als je woning goed geïsoleerd is.

Hoe werkt vloerverwarming?

Wij bespreken de installatie van het tackersysteem. In een notendop: op je vloerisolatie komt een gesloten circuit van buizen, die gevuld worden met warm water. Dat circuit is aangesloten op je cv-ketel. Het water geeft warmte af, waardoor de volledige ruimte een aangename en constante temperatuur krijgt. Die temperatuur regel je met behulp van een thermostaat. Een ander voorbeeld van een nat systeem is het systeem met krimpnetten. Daarnaast heb je ook droge systemen, zoals het systeem met noppenplaten. Deze hebben over het algemeen een lagere opbouwhoogte en zijn daarom voornamelijk geschikt voor renovatieprojecten. Welk vloerverwarmingssysteem jij best kiest? Dat ontdek je via een professionele vloerverwarmingsstudie.

Plaats je vloerverwarming zelf en bespaar

Vloerverwarming is wat duurder in aankoop dan klassieke radiatoren, klopt. Maar door het hoge rendement verdien je dat geld snel terug. Kies je voor zelfbouw, dan is je systeem extra snel terugverdiend. De materialen die je daarvoor nodig hebt, bestel je makkelijk online. Vloerverwarming moet jaren meegaan. Kies daarom voor een webshop die A-merken aanbiedt én voor de nodige begeleiding kan zorgen. Voor je gaat shoppen, vraag je je vloerverwarmingsstudie op maat aan. Zo verkrijg je een uitgebreide analyse, een legplan en een volledige materiaallijst. Ontdek hoe je deze studie terugbetaald krijgt.

Stappenplan voor het plaatsen van een tackersysteem  

Heb je alle nodige materialen in huis gehaald? Is je vloer geïsoleerd en proper? Dan kan je aan de slag! Plak je legplan op de muur met schilderstape en volg onderstaand stappenplan.

1. Plaats de randisolatie

Eerst plaats je randisolatie tegen alle muren. Bij isolatieplaten komt deze tussen de muur en de tweede isolatielaag. Randisolatie zorgt ervoor dat de dekvloer die bovenop je vloerverwarming komt, kan uitzetten en krimpen wanneer je vloer opwarmt en afkoelt. Rol de randisolatie af langs de muur en zet deze vast met de bijgeleverde rode of zwarte tackers. Die steek je om de meter door de rand- en vloerisolatie. Aan de hoeken zorg je voor een mooie aansluiting met de muur. Hoe? Maak een beperkte insnijding in de randisolatie, op de plaats waar de plooi moet komen. Snij de mousse daarbij niet volledig door. Daarna kun je een mooie rechte hoek vormen. 

2. Plaats de dampfolie

Nu kan je de dampfolie aanbrengen. Die dient om het vocht uit de chape tegen te houden. Maar hij is ook nuttig voor het leggen van de circuits. Het raster op het plastic, met hokjes van 10 cm op 10 cm, helpt jou om de leidingen recht en met de juiste tussenafstand te plaatsen. Leg de dampfolie overal op de isolatie waar vloerverwarming komt en zorg voor voldoende overlap met je muren en de randisolatie. Kleef de folie vast met schilderstape zodat hij op zijn plaats blijft. Tussen de stroken folie voorzie je een overlapping van 10 cm. Laat het raster mooi doorlopen in de volledige ruimte. Maak het vervolgens vast aan de vloerisolatie met een aantal tackers.

3. Teken de circuits af op de folie

Neem opnieuw je legplan erbij. Tel per circuit hoeveel hoekpunten er zijn en hoeveel leidingen naast elkaar komen. Voorzie telkens 10 cm tussenruimte tussen twee leidingen. Bepaal vervolgens waar de hoekpunten en het slakkenhuispatroon zullen komen. Daarna teken je de ringen uit op je vloer. Dankzij het raster op de folie kan je je legplan makkelijk overzetten. Start aan de rand van je circuit en zet daar het juiste aantal hoeken over. Naast muren of kasten laat je 5 cm ruimte, verder voorzie je steeds 10 cm afstand tussen de leidingen. Het aftekenen doe je met alcoholstift, of met schilderstape voor makkelijke wijzigingen. Gebruik verschillende kleuren voor aanvoer en retour. Geef met een volle peil aan waar het warm water zal vertrekken, en markeer met een lege peil waar het koud water je circuit verlaat. Waar de leidingen vertrekken van bij de collector, moeten veel buizen door een nauwe doorgang. Die buizen moeten dus dicht bij elkaar liggen. Voorzie voor elk circuit plaats voor een aanvoer- en retourleiding en teken van daaruit de rest van je circuit uit.

4. Plaats de systeemprofielen

De systeemprofielen dienen om de leidingen in vast te steken. Je moet ze voorzien op alle plaatsen waar de leidingen mooi recht lopen. De systeemprofielen hebben elke 5 cm een opening waar een leiding in geklemd kan worden. Pas de systeemprofielen af en breek ze op maat. Monteer elke 75 cm een profiel. Plaats de profielen boven de lijnen van je raster en niet te dicht bij bochten, want de leidingen moeten er mooi recht en haaks in geplaatst kunnen worden. Maak de klemprofielen vast met tackers. Die duw je om de 30 cm door de voorziene gaatjes in je isolatie. In de binnenkant van de lussen kun je bijkomend een systeemprofiel plaatsen ter ondersteuning.

5. Plaats de collectoren en maak de doorgangen naar de technische ruimte

Stel, je hebt elf circuits met elk een aanvoer- en een retourleiding. Dan moeten er veel leidingen door de muur passeren. Om de draagkracht van de muur niet aan te tasten, voorzie je aparte gaten in plaats van een sleuf. Gebruik daarvoor een steenboor met een voldoende grote diameter, zodat de buis van 18 mm met beschermhuls erdoor kan. Boor de gaten schuin in, zodat je een bocht kan maken bij het door de muur gaan. Teken met een waterpas af waar je de beugels voor de collectoren gaat bevestigen. Schroef de bevestigingsbeugels vast en monteer de collectoren erop.

6. Leg de leidingen van kring 1

Dan kan je de leidingen leggen. Voor elk circuit vertrek je vanaf de collector. Van de toevoerleiding ga je rond in de ruimte zoals gemarkeerd op het plan. Begin met kring 1. Op het bijgeleverde blad vind je welke rol je daarvoor moet gebruiken. Verwijder het plastic van de rol met je handen, niet met een mes. Steek de rode beschermhuls door de muur en haal dan pas de buis erdoor. Tip: doe tape over het uiteinde van de buis voor je die door de muur steekt, zodat er geen stof in de leiding komt. Met behulp van een conische klemkoppeling maak je een lekvrije aansluiting op de aanvoercollector. Span de aansluiting goed aan. Vervolgens rol je het circuit af. Volg de uitgetekende lijnen en klem de leiding meteen vast in de systeemprofielen. Begin steeds aan de buitenkant en leg de leidingen naar binnen toe. In het begin zit er nog 20 cm tussen je leidingen, zodat er nog ruimte is om de retourleiding ertussen te plaatsen. Maak afgeronde bochten, zo voorkom je dat er een knik in de leiding komt. Aan de bochten maak je de leidingen extra vast aan de vloerisolatie met tackers. Leg zo je volledige kring. Snij het einde van de leiding af met voldoende marge. Doe tape over het uiteinde en steek hem door de muur. Gebruik dit keer een beschermmantel met blauwe huls. Kort de buis op de correcte maat af en sluit hem aan op de retourcollector.

7. Installeer de overige kringen

Installeer nu de overige kringen. Daarvoor start je opnieuw bij de collector. Daarna leg je alle leidingen. Het slakkenhuispatroon zorgt voor een goede verdeling van de warmte. Warme en koude leidingen wisselen elkaar af, voor een aangename temperatuur over de hele ruimte. Maak in het midden van je slakkenhuis een scherpe bocht van minstens 20 cm breed en fixeer de bochten aan de ondergrond met tackers.

8. Voorzie de nodige beschermhulzen

Heb je al je kringen geïnstalleerd? Voorzie dan extra beschermhulzen op de plaatsen waar er uitzetvoegen in de chape zullen komen. Op het legplan zie je waar dit moet gebeuren, meestal is dit ter hoogte van de deuropening. Ook voor de buizen die door de muren lopen of waar geen dampfolie is ondergebracht, gebruik je uitzethulzen. Klik de flexibels over de buizen, en klaar!

9. Test de vloerverwarming

Nadat je alles geplaatst hebt, kijk je het systeem nog eens volledig na. Sluit de ontluchters af met een dop. Voer daarna een druktest uit (4 bar) uit om te kijken of er nergens openingen zijn. Met een vloeistof controleer je de leidingen op de collectoren op luchtbellen.

10. Laat het beton storten

Laat het beton rechtstreeks op de vloerverwarming storten met een minimum dikte van 12 à 15 cm. Nadat het beton voldoende gedroogd is, kan je de uitzetvoegen slijpen. Na 3 à 4 weken kan je de vloerverwarming opstarten op een laag niveau, zodat het beton langzaam kan uitdrogen en uitharden. Starten doe je best met een watertemperatuur van 25°C. Daarna is een stijging van 1°C per 24 uur aangeraden.

Plannen om zelf je vloerverwarming te plaatsen? Ga dan voor zelfbouw met ondersteuning aan internetprijzen, want zo kun je fiks besparen. Vraag zeker je vloerverwarmingsstudie op maat aan. Zo bekom je een uitgebreide analyse, een legplan en een volledige materiaallijst. Je nodige materialen bestel je makkelijk online. Succes!

In samenwerking met Bouwinfo.be

ONTVANG GRATIS DOCUMENTATIE

GRATIS Nieuwsbrief