Onzichtbare verwarming, en toch aangenaam

De basis van vloer- en wandverwarming is een in lussen gelegd buizensysteem waardoor warm water stroomt. Bij beide types kan je kiezen uit twee plaatsing methodes: een nat en een droog systeem.  

Vloerverwarming: nat versus droog systeem

Bij het natte systeem worden de vloerverwarmingsbuizen rechtstreeks in de natte chape gelegd en dit los van de vloerisolatie. Hierdoor krijg je een hogere vloeropbouw, wat deze vorm iets minder geschikt maakt voor renovatie. Er is een extra wapening nodig om te voorkomen dat de chape gaat vervormen onder invloed van temperatuurverschillen, maar dit wil niet zeggen dat je bang hoeft te zijn voor scheuren of barsten in de vloer. Dit kan immers vermeden worden door het gebruik van uitzetvoegen.

Bij renovatie gaat de voorkeur dus nog al eens uit naar het droge systeem, waarbij de vloerverwarmingsbuizen in voorgevormde isolatieplaten gelegd worden met daarbovenop de chapelaag. Bij dit, weliswaar duurdere, systeem is er geen bijkomende isolatie nodig, zodat de totale opbouwhoogte van de vloer verkleint. Doordat de verwarmingsbuizen in goten uit aluminium of gegalvaniseerd metaal gelegd worden, is er bovendien een goede warmtegeleiding, wat dan weer een korte opwarmingstijd met zich meebrengt. Je moet er wel rekening mee houden dat je bij de muurovergangen randisolatie aanbrengt om warmteverliezen te vermijden.

Wandverwarming: nat versus droog systeem

Bij het natte systeem wordt gewerkt in de pleisterlaag van de wand. Concreet wil dit zeggen dat je eerst de nodige buizen en profielen tegen de muur bevestigt, vervolgens breng je een eerste pleisterlaag aan om alles mooi te bedekken. Daarna breng je een wapening aan in de vorm van een glasvezeldoek die ook weer afgewerkt wordt met een nieuwe pleisterlaag.

Het droge systeem is complexer, maar hier staat tegenover dat het wel in een keer volledig afgewerkt is. Zo worden er, simplistisch gesteld, houten rasters of metalen profielen bevestigd tegen de snelbouwsteen. Hiertussen kan je eventueel bijkomende isolatie plaatsen. Vervolgens worden er systeemplaten geplaatst waarin de leidingen worden ingewerkt. De afwerking gebeurt met gipsvezelplaten.

Welke plaatsingsmethode je in jouw geval kiest, bespreek je best met een vakman.

Voor – en nadelen van vloer – en wandverwarming

Het grootste voordeel is het energiebesparende aspect. Het water dat door de leidingen stroomt moet immers minder warm gestookt worden dan bij traditionele verwarmingssystemen om toch een zelfde warmte te verspreiden. Het gaat hier trouwens om een behaaglijke stralingswarmte die nauwelijks lucht – of stofcirculatie tot stand brengt. Ook op gebied van luchtvochtigheid scoren vloer – en wandverwarming optimaal. Daarnaast is het minimalistische aspect voor velen aantrekkelijk. Wand – en vloerverwarming zijn immers onzichtbaar en je verliest geen muurruimte aan convectoren. Ten slotte kunnen beide systemen in de zomer zorgen voor een verkoelend effect door koud water door de leidingen te voeren. Gezegd moet wel worden dat wandverwarming zich hiertoe iets beter leent.

Een nadeel is dat vloer – en wandverwarming de woning iets trager verwarmen. Dit impliceert dan wel dat, eens opgewarmd, de warmte ook langer voelbaar is na uitschakeling. Hier kan je wel wat mee spelen door een regelsysteem of domotica aan te brengen, waarbij precies bepaald wordt waar en wanneer de verwarming aan – en uitgeschakeld wordt. Houd er wel rekening mee dat als je van beide lagetemperatuursystemen wilt gebruik maken, je toch beter opteert voor aparte systemen. De toegelaten oppervlaktetemperatuur bij wandverwarming ligt namelijk hoger en bovendien reageert dit systeem sowieso sneller aangezien de buizen dichter bij het wandoppervlak liggen dan bij vloerverwarming. Wat de combinatie met vloerbedekking betreft, kan je wel bijna alle richtingen uit. Je moet er gewoon rekening mee houden dat bepaalde vloertypes minder geschikt zijn door hun te groot thermisch isolerend vermogen. Zij maken het de warmte te moeilijk om door te dringen. Wat wandverwarming betreft, moet je dan weer ingebouwde kasten en liefst ook grote losstaande exemplaren vermijden. Schilderijen mag je wel ophangen, je moet natuurlijk wel voorzichtig zijn met gaten boren zodat je de leidingen niet raakt.

In samenwerking met Bouwinfo.be

ONTVANG GRATIS DOCUMENTATIE

GRATIS Nieuwsbrief