Je ventilatie-vragen beantwoord

Op ons forum vliegen jullie ventilatievragen ons om de oren. Bedankt daarvoor! In dit artikel tackelen we alvast enkele vaak terugkerende kwesties. Doe er je voordeel mee. 

1. Ik heb balansventilatie. Moet mijn dampkap nog een afvoer naar buiten hebben?

Een ‘gewone’ dampkap combineren met een ventilatiesysteem D is niet zo’n strak plan. Omdat je dampkap een enorm volume lucht naar buiten blaast, ontregelt die je ventilatiesysteem. Dit voorkom je door een recirculatiedampkap te plaatsen. Die brengt gefilterde kookdampen terug in de ruimte. De vetfilter filtert vetdeeltjes uit de kookdampen, de koolfilter met actieve kool absorbeert geurtjes. Het ventilatiesysteem zorgt ervoor dat vochtige lucht uit de ruimte verwijderd wordt. Een recirculatiedampkap werkt volledig autonoom. Je kan deze dus zwevend in de ruimte plaatsen. Je buitengevel blijft intact. Frietjes vanavond?

2. Moet je een luchtbevochtiger plaatsen als je een ventilatiesysteem installeert?

Dat hangt af van de situatie bij jou thuis. Balansventilatie kan droge lucht veroorzaken, en dan vooral in de winter. Heb je de vochtigheidsgraad van je woning al eens gemeten? Dat kan makkelijk met een weerstation of hygrometer. Te droge lucht in huis is alleszins niet gezond. Je kan last krijgen van je luchtwegen. Ook liggen er allergieën op de loer. Een luchtbevochtiger die aangesloten wordt op het ventilatiesysteem helpt de luchtvochtigheid op pijl houden. De luchtvochtigheid in je huis wordt dan continu bijgestuurd. Verder is het een goed idee om een recirculatiedampkap te installeren. (zie ook vraag 1) Wat je nog kan doen: je was binnen drogen, verdampingsbakjes plaatsen en planten in huis nemen. Let wel, vijf sanseveria’s op je vensterbank kunnen niet wat een ventilatiesysteem voor elkaar krijgt.

3. Hoeveel lawaai maakt een ventilatiesysteem?

Het geluid van de installatie zelf is beperkt tot maximaal 30 dB. Dat lukt door de ventilatie-unit juist te monteren, door ruime ventilatiekanalen te gebruiken, door (scherpe) bochten in de ventilatiekanalen zoveel mogelijk te vermijden, door geluiddempers te gebruiken en door een lage luchtsnelheid te hanteren. Een laag geluidsniveau is geen overbodige luxe. Er bestaan Belgische geluidsnormen voor ventilatie. Het geluidsniveau in de slaapkamer mag maximaal 27 dB zijn, dat in de woonkamer max. 30 dB en dat in de badkamer en keuken max. 35 dB.

Toch last van geluidsoverlast? Die kan diverse oorzaken hebben. Bij mechanische ventilatie met een warmte-terugwinsysteem (balansventilatie) zijn er twee ventilatoren. Een zorgt voor de aanvoer van lucht, een tweede voor de afvoer. De kanalen lopen doorheen het huis en verbinden de ruimtes met elkaar. Nadeel: geluiden en trillingen vanuit een rumoerige ruimte kunnen in een stille ruimte terechtkomen. Dat verschijnsel heet overspraak. Verder kan je ventilatie-unit in hoge stand voor trillingen zorgen. Die worden doorgegeven via wanden en muren. Kies daarom voor een installatie met geluiddempende materialen. Er bestaan ook speciale bevestigingsonderdelen die trillingen absorberen. Plaats de unit ver genoeg van je slaapkamer en in een aparte ruimte. En hoe zit het met de luchtstroming die je systeem genereert? Richtings- en snelheidsveranderingen van de luchtstroming ter hoogte van bochten, kleppen, aftakkingen en ventielen kunnen stromingsgeluid veroorzaken in de kanalen. Ontdek hier hoe je afrekent met geluidsoverlast.

4. Zal ik last hebben van een tochtgevoel wanneer ik een ventilatiesysteem installeer?

Tochtgevoel kan je vermijden. Is je woning goed geïsoleerd en investeer je in een ventilatiesysteem D (balansventilatie), dan reken je finaal af met tocht. Waait er buiten een gure wind, dan voel je er in huis niets van. Met een ventilatiesysteem C daarentegen kan je wel last krijgen van tocht. Bij zo’n systeem wordt verse buitenlucht toegevoerd via roosters in ramen of muren. Bij felle wind voelt de ventilatie in huis soms aan als tocht. En in de winter komen er koude luchtstromen je woning binnen. Combineer je ventilatiesysteem C met zelfregelende ventilatieroosters om een tochtgevoel te vermijden. Die roosters passen zich aan aan de windsnelheid buiten. Hoe meer wind, hoe meer de roosters gaan afsluiten.

5. Kan ik mijn huis koeler houden met een ventilatiesysteem? 

Balansventilatie helpt om je woning koel te houden in de zomer. Tenminste als je systeem een volledige bypass heeft. Bij warm weer ventileert die je huis met koelere buitenlucht, volledig automatisch. Opgelet: het systeem werkt alleen verfrissend wanneer de buitenlucht koeler is dan de binnenlucht. Dus niet wanneer het buiten ook snikheet is.

6. Is het nodig om lucht voor te verwarmen?

Is je woning goed geïsoleerd en luchtdicht, dan heeft een ventilatiesysteem D met warmteterugwinning heel wat te bieden. Daarmee wordt de warmte van de afgevoerde lucht overgedragen aan de toegevoerde koude lucht. Daarvoor zorgt een warmtewisselaar. Dit systeem kan tot 90% van de warmte uit de afgevoerde lucht recupereren. Zo bespaar je op je energieverbruik.

Een unit met warmteterugwinning heeft in de regel geen voorverwarmde luchttoevoer nodig. De wisselaar kan normaalgezien niet bevriezen als het toestel voorzien is van een vorstbeveiliging.

7. Moet ik alle ramen en deuren nu altijd gesloten houden?

Nee, dat hoeft niet. Het ventilatiesysteem zal niet ontregeld raken en blijft werken. Feit is dat je ventilatiesysteem wel beter presteert met de ramen en deuren dicht. Behoefte aan drastische ventilatie? Zet de ventilator een tijdje op de maximumstand. Je zal gauw een groot verschil voelen. Wil je toch ramen en deuren open zetten, stel je ventilatiesysteem dan in op het minimaal debiet om niet onnodig veel elektriciteit te verbruiken.

8. Ik heb een ventilatiesysteem. Kan ik nog een kachel plaatsen?

Ja, maar er zijn beperkingen. Heb je een balansventilatiesysteem, dan raden we klassieke kachels en open haarden af. Tenminste als die de zuurstof voor de verbranding uit de ruimtelucht halen. Waarom? De luchttoevoer voor zowel haarden als kachels betekent een luchtlek. Op die manier profiteer je niet optimaal van de warmteterugwinning. Daarnaast kan een haard de luchtstromen beïnvloeden. De haard of kachel kan leiden tot plaatselijke onderdruk en de natuurlijke trek door de schoorsteen verstoren. Zo kunnen rookgassen de woning binnenkomen en dat wil je zeker vermijden.

Wil je balansventilatie toch combineren met een haard of kachel, kies er dan een die zijn zuurstof rechtstreeks uit de buitenomgeving haalt. Met een buitenaansluiting dus. Vrijstaand of inbouw, beide zijn mogelijk. Voor de warmtebron kies je voor aardgas, pellets of hout. Staat de kachel niet tegen een buitenmuur, dan moet je een kanaal voorzien om de verbrandingslucht van buiten tot bij de kachel te brengen. Vergeet dit kanaal niet te isoleren, want het staat rechtstreeks in contact met de buitenomgeving.

9. Moet ik geluiddempers plaatsen?

Een ventilatiesysteem D bestaat uit een groot netwerk van buizen. Er kan geluidsoverdracht ontstaan tussen de kamers. Ook door trillingen kan geluid overgezet worden op de ventilatiebuizen. De meeste dempers zullen ook deze trillingen absorberen. De kostprijs van een demper hangt af van de diameter van de afvoer- of toevoerkanalen. Hoe groter de buizen, hoe duurder de overdrachtsdemper.

10. Hoe condensatie vermijden?

In je huis kan condensatievocht ontstaan door huishoudelijke activiteiten zoals koken en wassen. Ook door te ademen, te douchen en te zweten zorg je voor vocht in huis. Ventileer je je huis niet genoeg, dan stijgt de luchtvochtigheid binnen. Stijgt die teveel, dan treedt er condensatie op. Het vocht in de lucht slaat dan neer op alle koude oppervlakten in huis, bv. ramen of buitenmuren. Condensatie kan leiden tot vocht- en schimmelplekken. Zo kan je last krijgen van geuren. Verder kan het behang, het verf- en pleisterwerk gaan loslaten. Condensatie komt het vaakst voor in de keuken en de badkamer. Door genoeg te ventileren zal de luchtvochtigheid dalen. Installeer een ventilatiesysteem om je woning systematisch van schone lucht te voorzien. Met een ventilatiesysteem type D kan je je woning ventileren met een minimum aan energieverlies.

11. Welke ventilatieroosters heb ik nodig?

Een ventilatiesysteem C maakt gebruik van muur- of raamroosters voor de natuurlijke toevoer van lucht. Via spleten onder binnendeuren en roosters in binnendeuren verplaatst de zuivere lucht zich door je woning. Bij een C+ systeem (met vraaggestuurde mechanische afvoer) zijn de ventilatieroosters zelfregelend.

Er zijn diverse soorten ventilatieroosters: ventilatieroosters op het raam, ventilatieroosters op het glas, ventilatieroosters in het hellend dak, ventilatie geïntegreerd in rolluik(kast)en en ventilatieroosters ingebouwd in massieve muren.

In een omgeving waar veel buitengeluid is, bijvoorbeeld de buurt van een snelweg, kies je best voor geluidwerende ventilatieroosters. Die laten ventilatielucht door, maar dempen het buitengeluid. Het nadeel is dat de drukverliezen toenemen, waardoor het debiet dat het rooster kan leveren daalt.

Hoe beter een rooster akoestisch presteert, hoe lager het doorgelaten debiet en hoe groter (en dikker) het rooster uitvalt. Dat oogt minder strak dan sommige (ver)bouwers willen. Met muurroosters kan je groter gaan zonder dat dat stoort. Zo kan je een hogere geluiddemping bekomen.

De nodige roosterkwaliteit hangt af van de lengte van het rooster (de grootte van de opening naar buiten). De totale roosterlengte voor een ruimte is afhankelijk van het nodige ventilatiedebiet voor de ruimte en het debiet dat een bepaald roostertype kan leveren.

Vaak wordt een ventilatierooster om esthetische reden voorzien over de volledige breedte van een raam. Dan is de totale lengte vaak groter dan nodig om het gewenste ventilatiedebiet te leveren. Zorg er in dat geval voor dat een gedeelte van het rooster dicht blijft. Zo vermijd je dat de akoestische prestaties te zeer achteruit gaan.  

De nodige roosterkwaliteit is ook afhankelijk van het volume van de achterliggende ruimte, en van de gestelde eisen naar de akoestische gevelisolatie. Staat je woning in een luidruchtige omgeving,  dan vraag je best advies aan een deskundige. Onthoud ook dat kleine roosters voor geluidsoverlast kunnen zorgen. 

12. Hoe wordt het debiet correct uitgeteld en afgesteld?

De Belgische ventilatienorm (NBN D 50-001) bepaalt hoe snel een bepaalde hoeveelheid lucht in een ruimte ververst moet worden. Om het nominale toevoer- en afvoerdebiet te bepalen geldt in principe de algemene regel van 3,6 m³/ h.m² vloeroppervlakte van de ruimte.

Om te beletten dat er in kleine ruimtes te weinig geventileerd wordt, bevat de norm ook per ruimte een minimum toevoer- en afvoerdebiet dat gehaald moet worden. Om het energieverbruik beter onder controle te houden, laat de norm toe voor bepaalde ruimtes de luchthoeveelheden voor toevoer en afvoer te beperken. Ontdek hier de minimum vereiste debieten en de mogelijke beperkingen van het vereiste toevoer- en afvoerdebiet per ruimte.

Het minimumgebied moet gerealiseerd kunnen worden. Stel, een keuken van 10 m² vloeroppervlak heeft volgens de algemene regel 36 m³/h debiet. Maar het minimumdebiet is 50m³/h (zie link hierboven). Er moet in deze keuken dus 50m³/h geventileerd worden. Het minimumdebiet kan je aanhouden, of verhogen om de ventilatie in balans te brengen. Wees gerust, de berekende waardes volstaan ruimschoots. Je moet dus geen hoger debiet voorzien.  

Door het ventilatiesysteem goed in te regelen, worden de vereiste debieten (hoeveelheid lucht) gehaald en vermijd je dat er teveel lucht wordt afgevoerd. De ventilatiedeskundige stelt de luchtventielen en de ventilator zo af dat de opgelegde debieten gehaald worden. Is je systeem goed ingeregeld, dan zal de energiescore van je woning erop vooruit gaan.

Bij het inregelen van een ventilatiesysteem zet de specialist alle ramen en binnendeuren dicht en zorgt hij ervoor dat raamroosters volledig open staan. Hij stelt het ventilatiesysteem op maximale capaciteit in. Hij meet de hoeveelheid lucht die langs het apparaat stroomt (het debiet). Door de aanvoer- en afvoerventielen verder open of dicht te draaien, stelt hij het juiste debiet in. Indien nodig past hij ook het toerental van de ventilator aan.

13. Hoe vermijd ik onder- of overdruk in de ruimte?

Mechanische ventilatie, een dampkap of droogkast met uitwendige evacuatie kunnen onderdruk veroorzaken in de ruimte. Door onderdruk worden de rookgassen in de schoorsteen terug naar de kamer getrokken. Met een correct ontworpen en ingeregeld balansventilatiesysteem voorkom je onderdruk of overdruk. Vermijd dat je dampkap je ventilatiesysteem uit balans brengt door te kiezen voor een circulatiedampkap. (zie ook vraag 1). 

In samenwerking met Dierickx Ventilatie bvba

Meer nieuws van Dierickx Ventilatie bvba

Welke buizen heb je nodig voor je ventilatiesysteem?

Wil je een ventilatiesysteem plaatsen, dan heb je heel wat buizen nodig.

Waarop letten als je een ventilatiesysteem koopt?

Je woning ventileren is een must. Het is nodig voor een gezond binnenklimaat én verplicht.

Bis Beurs 2017- Bis-voorwaarden bij Dierickx Ventilatie

Ben je op zoek naar een ventilatiesysteem dat je zelf kunt installeren?

Venitlatieverslaggeving? Nu ook bij Dierickx Ventilatie

Sinds 1 januari 2016 dient U een ventilatieverslaggever aan te stellen. Beter informeren bij aanv

Gratis documentatie van Dierickx Ventilatie bvba

GRATIS Nieuwsbrief