Waarom moet ik een aarding steken? En wat is het nut hiervan?

Gepubliceerd op 12 August 2014
Energiebocht
Energiebocht
Het doel van de aarding is de foutstroom naar de aarde afleiden. Bij gebrek aan een degelijke aardverbinding zal de gehele foutstroom, of een deel ervan, naar de aarde vloeien via de persoon die het defecte toestel aanraakt. Dat kan dodelijk zijn.
Tijdens het onderzoek vóór indienststelling meet de erkende controleinstelling de spreidingsweerstand van de aardverbinding of de aardingslus. De waarde van de spreidingsweerstand mag niet groter zijn dan 30O, of als er bijkomende maatregelen worden genomen niet groter dan 100O.

Aardverbinding

Voor bestaande gebouwen. Eén of meerdere met elkaar verbonden en in de grond aangebrachte geleidende stukken die een elektrische verbinding vormen met de aarde.

Aardingslus

Voor elk nieuw gebouw waarvan de bodem van de funderingssleuf, van een gedeelte van of de gehele fundering, op ten minste 60 cm diepte ligt, moet op de bodem van de funderingssleuf een aardingslus worden aangebracht. Die bestaat hetzij uit een volle geleider uit blank of verlood koper, hetzij uit 7 samengeslagen draden van half soepel koper, met een rondvormige doorsnede van 35 mm² en zonder las. De uiteinden van deze aardingslus of de uiteinden van de draadstukken moeten altijd bereikbaar blijven. Indien deze lus bestaat uit meerdere in serie geplaatste geleiders, dan moeten de aansluitingen van elke geleider bereikbaar zijn.

Aardgeleider

Dit is de geleider die de hoofdaardingsklem verbindt met de aardverbinding, waarbij de eventuele aardingsscheider geacht wordt deel uit te maken van deze aardgeleider.
 
Geleider (geel-groen) Min. doorsnede
Aardgeleider 16 mm²
Hoofdbeschermingsgeleider 6 mm²
Hoofdequipotentiale verbindingen 6 mm²
Bijkomende equipotentiale verbindingen 4 mm² (*)
Beschermingsgeleider stopcontacten 2,5 mm²
Beschermingsgeleider verlichting 1,5 mm²
(*) Mechanisch (bv. buis):2,5 mm²; niet-mechanisch beschermd: 4 mm²
 

Beschermingsgeleider

De beschermingsgeleider moet in de gehele installatie beschikbaar zijn aan alle gebruikstoestellen, zoals stopcontacten, verlichtingstoestellen, vast opgestelde toestellen, ... uitgezonderd de elektrische toestellen op zeer lage veiligheidsspanning (ZLVS).

Hoofdequipotentiale verbinding

Aardingsaansluiting, differentieelstroominrichtingen of een beschermingsgeleider volstaan niet altijd om het elektrocutiegevaar uit te schakelen. De vreemde geleidende delen, die een gevaarlijk potentiaal kunnen verspreiden, moeten onderling met elkaar verbonden worden. Is een dergelijke verbinding niet aanwezig, dan kan een fout in een leiding of een toestel een gevaarlijke spanning veroorzaken tussen bv. de waterleiding en de gasleiding. In ieder gebouw moet een hoofdequipotentiale verbinding verwezenlijkt worden die de hoofdaardingsklem verbindt met de vreemde geleidende delen zoals water, gas,centrale verwarming, ...

Bijkomende equipotentiale verbinding

In badkamers en doucheruimten moeten alle vreemde geleidende delen en massa’s zoals gas, koud en warm water, centrale verwarming, badkuip, ... ononderbroken met elkaar en met de beschermingsgeleider verbonden worden.