Vlaming renoveert te weinig

Vlaming renoveert te weining

Negen op de tien Vlamingen vinden energiezuinigheid belangrijk. Toch voldoen zes op de tien woningen niet aan de energienorm. Voor de Vlaming is renoveren geen prioriteit. Redenen zijn een gebrek aan financiële middelen, een te lange terugverdientermijn en bovenal onwetendheid over de steunmaatregelen van de overheid.

Isolatie, glas en verwarming

In Vlaanderen wordt het meest gebruikgemaakt van dakisolatie. Maar liefs 85 procent van de woningen heeft geheel of gedeeltelijk dak- of zoldervloerisolatie. Spouwmuurisolatie komt met 47 procent op de tweede plaats en blijft stabiel. Meer dan 90 procent van de woningen is voorzien van dubbelglas, maar een op de tien huizen is nog uitgerust met vensters met enkel glas. Bijna zeven op de tien Vlamingen verwarmen met aardgas. Wie een individuele cv-installatie op aardgas bezit, heeft in driekwart van de gevallen een condensatieketel. Ruim een op de tien Vlamingen is bereid om in de komende vijf jaar te investeren in isolatie, glas en hr-verwarmingsketels.

Steunmaatregelen benutten

De Vlaming is onvoldoende op de hoogte van alle steunmaatregelen die er zijn. Slechts vier op de tien Vlamingen kent bijvoorbeeld de Vlaamse Energielening. Iets meer dan de helft weet wel dat er premies bestaan voor isolatie, glas of zonneboilers, maar maakt er niet altijd gebruik van. De meest recente steunmaatregelen om het renoveren aan te moedigen – zoals de totaalrenovatiebonus, de burenpremie of de korting op de onroerende voorheffing – zijn hooguit bij een kwart van de Vlamingen bekend. Dat gebrek aan kennis wil de Vlaamse overheid bijspijkeren. Minder energie verbruiken vertaalt zich immers in een lagere energiefactuur.

BENOveren is een must

De Vlaamse regering heeft in 2017 de Energielening hervormd om het renoveren een boost te geven. Daarnaast brengt ze de andere bestaande middelen nog meer onder de aandacht. Zo is BENOveren ofwel beter renoveren een prioriteit. Energiezuinigheid vormt de eerste pijler van het beleid. Als we minder energie verbruiken, moeten we minder energie produceren en halen we ook sneller de doelstellingen op het vlak van hernieuwbare energie.

Toekomstvisie op energie

In mei vorig jaar heeft de Vlaamse regering de Energievisie 2030-2050 goedgekeurd. Die bepaalt hoe het verder moet met het energiebeleid na 2020. Bij de visie horen ook 53 concrete actiepunten.

CO2-uitstoot verder omlaag

Vlaanderen gaat met de Energievisie verder op de ingeslagen weg, maar drijft de doelstellingen wel op. Met de energieomslag wil het de klimaatverandering een halt toeroepen en de uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 terugdringen met 80 tot 95 procent. Zo heeft de Vlaamse overheid voor ogen om haar energiebeleidsovereenkomsten met de industrie in de toekomst voort te zetten. Voor de grootverbruikers zoals transport, landbouw of gebouwen moet de CO2-uitstoot verder omlaag en de energie-efficiëntie omhoog. Ook voor renovaties worden de energie-eisen geleidelijk aan afgestemd op de strenge nieuwbouwnormen. Als renovatie ontoereikend is, kan afbraak of hernieuwbouw een betere optie zijn.

Meer hernieuwbare energie

Na de aangekondigde federale kernuitstap in 2025 moet het aandeel hernieuwbare energie onvermijdelijk de hoogte in. Zon, wind en kleine biomassa zijn de bekendste hernieuwbare energiebronnen. Hun aandeel wordt verder opgedreven. Daarnaast verovert warmte in het hernieuwbare energielandschap meer en meer haar plaats. Eerst en vooral door restwarmte van industriële productieprocessen systematisch te gebruiken of hergebruiken, maar ook door het verder aanboren van diepe geothermie.

Verbruik volgens vraag en aanbod

De Energievisie 2030-2050 houdt eveneens rekening met het ongelijkmatig karakter van de elektriciteitsopwekking met behulp van wind en zon. Want de zon schijnt niet altijd en soms is het windstil. Flexibele en slimme toepassingen zijn daarom noodzakelijk. Dit houdt in dat overtollig opgewekte elektriciteit wordt opgeslagen en (uitgesteld) gebruikt volgens vraag en aanbod, automatisch aangestuurd via slimme meters en slimme netten.

Nieuwe technologieën ondersteunen

De Vlaamse regering wil met de Energievisie de totaalkost van de energietransitie zo veel mogelijk beperken. Dat kan door alle kansen te geven aan nieuwe technologieën en ze doordacht te ondersteunen. Dus net zo lang en zo veel als nodig en nuttig. De invoering gebeurt telkens in drie fasen: eerst de early adopters, vervolgens een ruimer publiek via bonussen en malussen en ten slotte verplichtend. De kosten worden verrekend over meerdere energiedragers.

CO2-belasting en monitoringssysteem

In samenspraak met andere overheden onderzoekt Vlaanderen een CO2-belasting. Het wil daarnaast samen met de federale en andere gewestelijke energieregulatoren een monitoringssysteem opzetten. Dat systeem moet de totale energiekosten van diverse industrieën op de voet volgen en bijsturen, zodat Vlaamse bedrijven geen concurrentienadeel ondervinden van ondernemingen in de ons omringende landen.

Energiefactuur betaalbaar voor iedereen

In Vlaanderen moet de energiefactuur voor de burger betaalbaar blijven. Energiearmoede wordt aangepakt en de rol en de taken van de distributienetbeheerders worden uitgepuurd: natuurlijk monopolie waar nodig, uitbesteding aan de privémarkt waar mogelijk. Bedrijven krijgen bij de energie-omslag alle kansen om nieuwe markten te ontwikkelen.

Voluit voor hernieuwbare energie

Om de investeringen in hernieuwbare energie een boost te geven, maakt de Vlaamse regering de steunmaatregelen voor zonne- en windenergie aantrekkelijker. Ze werkt de drempels voor grotere zonnepaneleninstallaties weg, spreidt de groenestroomcertificaten voor windmolens over 20 jaar en geeft extra steun aan projecten waarin burgers mee kunnen investeren.

Lagere drempels voor zonneprojecten

In de tweede helft van 2017 werd de kaap van 300.000 installaties van zonnepanelen gerond. We leggen dus massaal zonnepanelen op het dak van onze woningen. Toch komen er veel te weinig middelgrote en zelfs helemaal geen grote installaties bij. Daarom verkort de Vlaamse overheid de steun voor grote zonnepanelenprojecten van meer dan 10 kilowattuur via groenestroomcertificaten van 15 naar 10 jaar. Een kortere termijn maakt een investering minder risicovol en dus interessanter. Daarnaast wordt het verplichte percentage zelfafname voor middelgrote installaties van zonnepanelen teruggebracht van 65 naar 60 procent en voor grote projecten naar 55 procent.

Betere steun voor windmolens

Wie vandaag een windmolen plaatst krijgt gedurende 15 jaar groenestroomcertificaten. Vóór 2013 stond de teller op slechts 10 jaar. Nochtans hebben windmolens een levensduur van 20 jaar. Na die eerste 10 of 15 jaar kan de steun worden verlengd, maar soms is de tegemoetkoming zo beperkt dat het risico bestaat dat eigenaars oudere windmolens afbreken en opnieuw opbouwen in het buitenland. Nieuwe windmolens krijgen daarom 20 jaar lang groenestroomcertificaten, weliswaar met een rendement van 7,5 procent in plaats van 8 procent. Op die manier blijft de kost gelijk.

Beloning voor grote projecten

Een opvallende nieuwigheid is burgerparticipatie. Die verhoogt het noodzakelijke draagvlak voor de energie-omslag. De Vlaamse regering wil grote projecten belonen die minstens 200 burgers laten participeren. Een windmolenproject ontvangt ongeveer 1000 euro per jaar extra via groenestroomcertificaten, een groot zonnepanelenproject 150 euro.

Groene warmte is het nieuwe zwart

Na het Zonneplan en het Windplan is er nu ook een plan van aanpak om groene warmte-energie in Vlaanderen alle kansen te geven: het Warmteplan. De speerpunten van dit plan? Zo weinig mogelijk energie verbruiken, maximaal gebruikmaken van hernieuwbare bronnen en de restwarmte optimaal benutten.

Stap dichter bij doelstelling

Tegenwoordig weet elke Vlaming hoe zonnepanelen en windmolens eruitzien, maar lang niet iedereen weet wat een warmtepomp, een zonneboiler of een warmtenet is. De productie van groene warmte en de recuperatie van restwarmte hinken achterop. Nochtans kan groene warmte een derde tot de helft van de Belgische doelstelling van 13 procent hernieuwbare energie invullen. Tegen 2020 wil Vlaanderen 9197 gigawattuur groene warmte-energie produceren. Daarbij is het cruciaal dat er voor de juiste energievorm wordt gekozen op de juiste plaats, op het gepaste moment en met de correcte ondersteuning. Denk aan groene warmte uit biomassa op de juiste schaal, gekoppeld aan collectieve warmtenetten. Maar evenzeer aan individuele oplossingen zoals warmtepompen en zonneboilers.

Verdubbeling van de warmtenetten

Tegen 2020 mikt het Warmteplan op een miljoen megawattuur warmte-energie via warmtenetten per jaar, goed voor een bevoorrading van 50.000 gezinnen. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van de bestaande warmtenetten. De Vlaamse overheid zal de warmtekaart, die ze vorig jaar voorstelde, verder verfijnen. Die kaart geeft aan waar er warmte beschikbaar kan zijn, waar er een grote warmtevraag is en waar warmtenetten, recuperatie van restwarmte en warmte-krachtkoppelingen meer of minder rendabel kunnen zijn. De lokale besturen treden op als een belangrijke partner in het uitbouwen van warmtenetten. Vlaanderen stelt daarom een warmte-ambassadeur aan om hen daarbij te helpen.

Warmtetoets kiest ideale technologie

Warmtenetten worden tegenwoordig vooral aangelegd in nieuwe woonwijken, maar kunnen bijvoorbeeld ook een oplossing zijn voor bestaande gebouwen. Er wordt gewerkt aan een handleiding met meerdere scenario’s om de overstap te maken. Verder komt er een zogenaamde warmtetoets, die helpt om bijvoorbeeld bij infrastructuurwerken en bouwprojecten de meest geschikte technologie voor verwarming te kiezen.

Meer zonneboilers en warmtepompen

Vandaag wordt in 12 procent van de nieuwbouwwoningen een zonneboiler geplaatst en in ongeveer 20 procent een warmtepomp. Het is de bedoeling dat er tot 2020 jaarlijks gemiddeld 9500 zonneboilers bijkomen, ongeveer 2000 meer dan in 2016, en 6400 warmtepompen, tegenover 3728 in 2016. Warmtepompen hebben een groot potentieel, maar zijn niet goedkoop in verbruik omdat er veel kosten worden doorgerekend in onze elektriciteitsfactuur. Het capaciteitstarief lost dat probleem wellicht op. Hoe een nieuwe tariefstructuur de keuze voor een warmtepomp kan stimuleren en of er een tussentijdse oplossing mogelijk is, wordt nog bekeken. De premies voor warmtepompen werden sinds 1 januari 2017 al vereenvoudigd en verhoogd.

In samenwerking met Bouwinfo.be

GRATIS Nieuwsbrief